Eerst even die bedenkelijke blik, daarna de glimlach ...

Shkoder, Albanie, 3000 kilometer ver van huis! 118 kinderfietsen gedoneerd

Van Slovenië gaan we naar Kroatië. Voor het eerst moeten we onze paspoorten laten zien bij een grensovergang en wisselen we onze euro’s om voor kuna’s. Het een bijzonder moment als we bij Rijeka een glimp opvangen van de Middellandse zee. De eerste dag in Kroatië vinden we geen camping en vragen een voorbijganger of we onze tent in zijn tuin op mogen zetten. Hij denkt even na maar zegt al gauw dat we van harte welkom zijn. We krijgen eigen gemaakte limonade en worden ’s avonds meegenomen naar de dorpskroeg waar een van zijn vrienden zijn verjaardag viert. We worden overladen met drank. Martijn heeft al snel 4 biertjes voor zijn neus. Het is niet dat Martijn niet van een biertje houdt maar een kater en fietsen gaan niet goed samen. Gelukkig helpen zijn Kroatische kroeggenoten hem mee en stapt hij de volgende ochtend weer redelijk fris op de fiets.


Door het land van de 1.000 eilanden

Van onze gastheer krijgen we de tip een paar eilanden te bezoeken. Van Rijeka fietsen we over een lange brug naar Krk. Voor het eerst ervaren we hoe het is om op de drukke Kroatische wegen te fietsen. Over de hoofdweg van het eiland Krk gaat al het verkeer en terwijl het regent vliegen de auto’s, vrachtwagens en bussen ons om de oren. Bij een tankstation besluiten we om een geel veiligheidshesje te kopen en die achter op onze fiets te knopen. Aan het eind van de middag komen we aan op een prachtige camping en is de verkeersdrukte snel vergeten. Op een verhoogd terras zetten we onze tent op tussen olijfbomen en aloe vera planten. ’s Avonds hebben we een geweldig uitzicht over het onweer boven zee. Gelukkig liggen wij hoog en droog in onze tent als het onweer het eiland bereikt.


“Het is stiekem toch wel even heel erg fijn om niet te hoeven fietsen maar wel vooruit te gaan”


Zo druk als het was op de weg in Krk; zo rustig was het op het volgende eiland Rab. We nemen voor het eerst op onze reis de boot. Op de boot is het heerlijk toeven. De lucht en de zee zijn blauw, het is boven de dertig graden en de er staat een verfrissend briesje. We hebben uitzicht op de eilanden en de hoge bergwand op het vasteland. In Rab gaan we skinny dippen in de zee en rusten we uit op ons eigen privé strand terwijl we moeten wachten op de boot naar het volgende eiland. Als we ’s avonds bij te boot aankomen blijkt dat de kapitein geen fietsen meeneemt. We gaan naar een camping en proberen het de volgende bij een andere boot. Ditmaal wel succes. We tillen de fietsen en bagage aan boort, gaan zelf op de voorsteven zitten en genieten wederom van het boottochtje.

We komen aan op het volgende schiereiland Pag. De eerste twintig kilometer die we afleggen zijn een van de mooiste van de reis tot nu toe. We fietsen op een verlaten weg door een landschap met olijfbomen waarvan sommige wel 1600 jaar oud zijn! En dat is nog niet alles. Halverwege het eiland vinden we een prachtige wildkampeerplek. Onze tent staat tussen de bloemetjes op de rand van een klif. Onder ons is de zee. We hebben uitzicht op een maanlandschap van het andere deel van eiland. Achter het maanlandschap doemen de bergen van het vasteland op. Een zinderende zonsondergang en we vallen in slaap bij het gekraak van krekels. ’t Kon minder, op z’n Grunnings.

Alles of niets in de hemel voor historici

Van Pag fietsen we het vaste land weer op. Daar begint onze tocht langs de kust en de Kroatische steden. Na een paar dagen zeggen we tegen elkaar: het fietsen in Kroatië (op het vaste land) is alles of niets. Soms heb je de meest mooie uitzichten (de zee met helderblauw en groen water, pittoreske eilanden, prachtige steden), lekker zonnetje op je bol, 30+ graden en een zeewindje. De andere keer zie je alleen maar asfalt, drukken de bussen je van de weg en is het veel te warm. Gelukkig was het vaker alles dan niets. We bezoeken de steden Zadar, Sibenik, Trogir, Split en Dubrovnik. Stuk voor stuk spectaculair. Wie de serie Game of Thrones kijkt (wij niet) heeft veel van deze steden al gezien want enkele afleveringen zijn daar opgenomen. De steden zitten boordevol geschiedenis: Griekse, Romeinse, Venetiaanse, Oostenrijkse en Franse invloeden zijn hier terug te vinden. Een hemel voor de historicus.


Pijnlijk verleden
Iets verder dan de parel van de Adriatische zee (Dubrovnik) verlaten we Kroatië. Een paar kilometer voor de grens begint het opeens hard te onweren en te regenen. Een mevrouw wenkt ons te komen schuilen in haar huis. Binnen hebben we een indrukwekkend gesprek over de recente geschiedenis van de regio. Het huis waar we op dat moment schuilen is in het begin van de jaren negentig tot op de grond toe afgebrand, evenals de rest van het dorp. De vrouw vertelt over verloren familieleden en dat zij is gevlucht naar Duitsland. Na een paar maanden moest ze weer terugkomen om les te geven op een lagere school in Dubrovink. Het Joegoslavische leger (Serven en Montegrijnen) begonnen Dubrovnik te bombarderen. Samen met de kinderen schuilden ze in de kelder. Ondanks dat ze 5 kilometer van de grens woont, zet ze geen stap in Montenegro.

Grasmaaien

Wij bedanken haar vriendelijk voor de gastvrijheid en het openhartige gesprek en gaan wel die kant op. We fietsen naar de baai van Kotor. Het valt te vergelijken met een Fjord. De zee komt landinwaarts en rondom de baai torenen bergen omhoog van meer dan 1.000 meter. Rondom de baai liggen schattige dorpjes met kleine kerkjes. In een van die dorpjes vinden wij een camping. Zoals op veel meer plekken in de Balkan verhuren mensen de ruimte in en buiten huis die ze hebben. Wij zetten onze tent neer in de voortuin van het huis, onder de druivenstruiken en met een uitmuntend uitzicht op de baai en de bergen. Maar voordat we dat doen wordt de hele familie opgetrommeld om ons te voorzien van een glad gazon. Wij zeggen dat het echt niet nodig is, maar moeder staat al klaar met de grasmachine. Twee dochters helpen haar mee het draad te begeleiden (zodat die ook niet wordt mee gemaaid) en even later staan wij op een biljardlaken waar ze in de Kuip nog een puntje aan kunnen zuigen. 

Rakija wegsluizen in de bidon
De volgende dag fietsen we vanaf de baai omhoog de bergen in. 28 Haarspelbochten (!!) brengen ons tot grote hoogte. Wellicht ten overvloede maar het uitzicht is fenomenaal. De weg naar boven duurt lang en er zijn geen campings in de buurt. We vragen een local naar een wildkampeerplek en hij vertelt dat hem dat geen goed idee lijkt omdat er hier beren en wolven rondlopen. We fietsen verder en vragen de eerste mensen die we tegenkomen of ze misschien een tuin en een plekje voor ons hebben. Zoals vaker denken ze kort even na en dan zeggen ze: ach ja, waarom ook niet. ’s Avonds praten en drinken we. De ene na de andere Rakija komt op tafel – ook als we heel vriendelijk afwijzen – en dus gooien we soms stiekem een glaasje in onze bidon. We praten weer veel over de oorlog. De heer des huizes heeft in het Montenegrijnse leger gediend. In 1990 was hij gelegerd in de buurt van Split. Zijn diensttijd zat er net op toen het bovengenoemde bombardement op Dubrovnik begon.

“We springen snel van de fiets en kruipen half onder een rots…”


De volgende ochtend fietsen we met zware hoofden en benen verder. Gelukkig maakt de omgeving ons vrolijk. Voor ons is Montenegro samen met Slovenië het mooiste land waar we doorheen zijn gefietst. Het is er rustig, bergachtig en groen. Montenegro is ongeveer de helft van Nederland maar er wonen slechts iets meer dan 600.000 mensen. We kronkelen door de bergen richting het meer van Shkodër. Langs het meer was het zwaarste stuk van de reis tot nu toe. Erg steile stukken en verschrikkelijk warm. Als we helemaal boven op de berg zijn, breekt de hel los. Onweer en hagelstenen zo groot als knikkers. We springen snel van de fiets en kruipen half onder een rots. De bliksem slaat dicht bij ons in. Prettig is anders.. Gelukkig komt na regen zonneschijn en kunnen we onze weg vervolgen. Halverwege het meer, midden in de bergen, vragen we een oud vrouwtje of we de tent in haar tuin mogen opzetten. Eerst even die bedenkelijke blik, daarna de glimlach en een hartelijk welkom. De vrouw heeft een hoofddoek op; we zijn in een deel van Montenegro waar veel Albanezen wonen. Haar zonen zijn verhuisd naar Duitsland en de Verenigde Staten om werk te vinden. De andere mensen verdienen een kleine boterham met de teelt van tabaksplanten. De volgende ochtend krijgen we van de vrouw Turkse koffie en verse vijgen uit de boom. 

Een andere wereld
De reis gaat verder naar het volgende land. We klimmen nog een kleine stukje en dalen daarna af naar Albanië. Het is een totaal andere ervaring dan dat we tot dan toe gehad hebben. In Albanië is veel armoede. De bermen langs de weg zijn bezaaid met afval. Veel huizen zijn in een slechte staat. Op straat lopen zwerfhonden. In de landen hiervoor hebben we veel spookverhalen over Albanië gehoord. Tot nu toe hebben zijn we alleen maar vriendelijke mensen tegengekomen. We gaan uit van het goede van de mens, maar zijn misschien een beetje meer op onze hoede dan anders. 

De komende dagen doorkruisen we Albanië richting Griekenland. In Athene nemen we de boot naar Turkije.
Mirupafshim!



PS: Op vrijdag 6 juli gaan de kinderen van CBS De Wegwijzer fietsen voor kinderfietsen. Ruim twee maanden geleden vertrokken we vanaf het schoolplein van deze geweldige school in Selwerd. Door rondjes te lopen door de wijk hopen de kinderen 1.000 euro voor de actie in te zamelen en de jongste kinderen fietsen op driewielers om het hardst!

7548 km
Wie gaat er winnen?
Martijn en Mariëlle: 7548 km
Groningers: 0 km
We hebben al 178 kinderfietsen. Help ons de 500 te halen!
Doneer een fiets