Post uit Tadzjikistan

5753 km gefietst, 129 gedoneerde fietsen
31-08-2018 Dushanbe, Tadzjikistan

Vorige week kregen we geweldig nieuws vanuit Nederland. De kinderen van CBS De Wegwijzer, de school waar we in april vertrokken, hebben met een sponsorloop in Selwerd ruim 2.500 euro ingezameld voor de actie! Wow! Wat een geweldige opbrengst. Er zijn nu 129 kinderfietsen gedoneerd en ook dat geeft extra moraal tijdens zware klimmen of als weer of onze fysieke gesteldheid even tegen zitten : -).

De overgang van noordoost Turkije naar Georgië is bijzonder. Het Kaukasische landschap is hetzelfde: groene, glooiende bergen. Als je vanaf de top van de berg naar beneden kijkt dan lijkt het op een bobbelend biljartlaken met hier en daar boompjes en struiken. Het landschap mag dan niet verschillen; het verschil in cultuur kan niemand ontgaan. Nadat we de grens zijn overgestoken zien we geen minaretten maar kruizen op bergtoppen en in elk dorp een kerk. In Turkije wordt geen of weinig alcohol geschonken; in Georgië bestaat de helft van supermarkten uit rekken met bier, wodka en cognac. Ook het verschil in welvaart is opvallend. Het eerste dorp dat we in Georgië doorkruisen staat vol met vervallen huizen, de leidingen lopen boven de grond en de wegen zijn slecht. 

Met mondkapjes door de Kaukasus
In Akchaltsikhe rusten we uit van het vermoeiende maar prachtige eerste stuk door de Kaukasus. Na een paar dagen rijden verder naar het zuiden richting Armenië. Het eerste deel voert ons door een vallei met aan weerskanten groene en grijze bergen. In de bermen en op de bergen grazen kuddes koeien. Het is grappig dat de beesten ons glazend aanstaren als we passeren; fietsers zijn ze niet gewend. Een groot verschil met de landen hiervoor is het type en de kwaliteit van de auto’s en vrachtwagens die we tegen komen. In dit voormalige Sovjetland rijden veel Lada’s, oude legertrucks en vervallen vrachtwagens. We worden geregeld bedolven onder een dikke wolk rook als we worden ingehaald door een vrachtwagen. In een apotheek kopen we daarom mondkapjes. We zien eruit als aliens met onze helmen, fluorescerende brillen en mondkapjes maar het bespaart ons hoestbuien en tranende ogen.

Aan het eind van de vallei bereiken we het grottenklooster Vardzia (bekend van Wie Is De Mol). We kamperen aan de rivier en hebben ’s avonds een prachtig uitzicht op de verlichte grotten die lang geleden zijn gemaakt in een hoge bergwand. De volgende dag klimmen we letterlijk en ook een beetje figuurlijk uit een dal. We worden moe wakker en zien ertegen op met hoge tempraturen (35+) omhoog te fietsen. Nadat we genoeg moed hebben verzameld, beginnen we met klimmen. De eerste paar honderd meter kronkelen we over glad asfalt en is er niks aan de hand. Daarna houdt het asfalt op en bestaat de weg enkel nog uit kiezel, losliggende stenen en gaten. Het fietsen is zwaar. Geregeld glijden we weg en sommige stukken zijn zo steil dat we de fietsen (en bagage) de berg op moeten duwen. Na drie uur bereiken we de top. We zijn moe maar voldaan. Het uitzicht over de vallei en het grottenklooster is magisch mooi.

'Toeristi'
We vervolgen onze weg over de Georgische hooglanden. Bij het eerste volgende dorpje vragen we een mevrouw om water. Ze wijst naar een kraan die uitkomt in een voederbak. Rondom de bak lopen kippen en varkens. De vrouw (Manja) vraagt of we koffie willen en nodigt ons uit in haar huis. Het wordt een bijzondere en onvergetelijke ervaring. Binnen is het donker en vochtig. Er is geen ‘vloer’: zand ligt op de grond. Het huis heeft geen ramen. Het weinige licht komt uit een paar gaten in het dak. Eén vertrek bevat een oven in de vorm van een gat in de grond waar op traditionele wijze lavash (brood) wordt gebakken. Manja roept haar man (Narek) en zegt dat er ‘toeristi’ zijn. Narek komt slaperig uit een kamer gestapt terwijl hij nog snel een t-shirt aantrekt. We nemen plaats aan tafel. Eerst komt de koffie, daarna chocolaatjes, watermeloen en een heel avondmaal. Verschillende soorten brood, kaas, worst, tomaten, komkommers, zoutjes en koekjes volgen. Narek vraagt of we Chacha lusten (de ‘jenever van Georgië’) en voordat we kunnen antwoorden heeft hij de borrelglazen al gevuld. De tafel staat propvol maar het is nog niet genoeg. Manja brengt matsun mee – Georgische yoghurt. Alles wat we eten is zelfgemaakt of –geteeld. We eten en communiceren met handen en voeten. Als het buiten donker begint te worden is het tijd om verder te fietsen en een slaapplek te zoeken. We beschrijven een ansichtkaart met op de voorkant een foto van ons met de fietsen op de Vissersbrug. Voordat we weg gaan, krijgen we nog een grote zak met eten mee voor onderweg. Het is werkelijk ontroerend om te ervaren dat mensen die – in onze ogen – zo weinig hebben, zoveel geven.

De mythische Ararat
Een paar dagen en bergen later zijn we in Armenië. De wegen rondom de grensovergang zijn verschrikkelijk slecht. Vaak zijn we sneller dan auto’s en vrachtwagens omdat we met de fiets makkelijker om de diepe gaten en kuilen heen kunnen manoeuvreren. In Yerevan, de hoofdstad van Armenië, regelen we ons visum voor Iran. We fietsen verder over het vlakke vulkanische landschap richting het zuiden. Onderweg passeren we de mythische berg Ararat van meer dan 5000 meter. De berg speelt een belangrijke rol in de Armeense geschiedenis. Voor de geboorte van Jezus geloofden de Armenen dat de pagaanse goden bovenop deze hoge berg leefden. Na de verspreiding van het Christendom ging het verhaal dat Noach na de zondvloed zijn ark precies op de piek parkeerde. Ondanks dat Ararat vandaag de dag op Turks grondgebied ligt, vormt de berg nog steeds het nationaal symbool voor de Armenen. 

Afzien richting het Midden-Oosten
De volgende twee weken worden gekenmerkt door ups en downs. Het fietsen door de bergen is erg zwaar. We gaan berg op en af en op en af. De stevige wind (windkracht 4 of meer) staat altijd tegen en soms hebben we last van regen. Op een gegeven moment wordt Martijn ’s nachts wakker van een misselijk gevoel. Een doorwaakte nacht en dag met overgeven en lamlendigheid volgen. Daarna is ook Mariëlle aan de beurt. We hebben ons tentenkamp opgeslagen in de middle of nowhere en hebben beide geen energie om naar de dichtstbijzijnde supermarkt (10 km bergopwaarsts) te gaan. Met de laatste restjes eten weten we ons te redden en we filteren water uit de rivier.

Gelukkig zijn er meer ups dan downs. De uitzichten op de route zijn weergaloos mooi. Na iedere berg en/of iedere bocht is het uitzicht anders. Daarnaast is de lokale bevolking heel gastvrij. We worden vaak uitgenodigd voor thee en krijgen zelfs cognac mee voor onderweg (als ‘medicijn’ tegen de buikpijn). Hoe verder we naar het zuiden fietsen hoe groener het wordt. Voordat we bij de grens komen moeten we nog een hoge berg (2300m) over. Het is al dagen bewolkt. Als we boven de 1500 meter komen, fietsen we in de wolken. Bovenop op de berg doen we snel droge kleren en jassen aan en daarna beginnen we aan een afdaling van meer dan 1500m. Het is een bijzonder deel van de reis. Aan de ene kant van de berg is volledig groen; aan de andere kant kleurt het landschap bruin en rood en zien we niks anders dan ruwe, rotsige bergen; we kijken naar Iran!

Als het donker is zien we door het dal de zoeklichten van patrouillewagens

’s Avonds kamperen we naast de zwaarbeveiligde grens. Het enige dat ons nog scheidt van Iran is de Aras rivier en een hoog hek met veel prikkeldraad dat onder stroom staat. Als het donker is zien we door het dal de zoeklichten van patrouilleswagens. De volgende ochtend fietsen we lichtelijk gespannen naar de grensovergang. We hebben erg uitgekeken naar dit land. We verwachten heel iets anders tegen te komen dat we ooit hebben ervaren. We gaan voor het eerst naar het ‘midden-oosten’. Het is een term die veel mensen waarschijnlijk zullen associëren met oorlog en misschien wel fundamentalisme. Maar wij denken meer aan de glorieuze geschiedenis van deze streek, de interessante cultuur en de verhalen over gastvrijheid van de bevolking. 

In het laatste dorpje voor de grens zoeken we een plekje waar we ons om kleden. Voor Martijn valt het mee; hij hoeft alleen een lange broek aan. Voor Mariëlle is het minder; naast een lange broek moet zij een hoofddoek op en een lang vest aan om haar billen te bedekken. Het is meer dan 35 graden en er staat een stevige wind. Als we de Armeense douane gepasseerd zijn en in niemandsland tussen beide grenzen fietsen, waait Mariëlle’s hoofddoek twee keer af. Het is allemaal nog even wennen. 4 paspoortchecks later en we zijn in Iran. We wisselen euro’s voor rials en zijn multimiljonair. Daarna gaan we bedenken wat we gaan doen. We hebben minder tijd in Iran dan gedacht. Kunnen we (een stuk) gaan fietsen? Is dat fijn met veel bedekkende kleding en hoge temperaturen? Het is al laat en het is niet meer mogelijk om het eerstvolgende dorp op tijd te bereiken. We besluiten om een lift te zoeken maar we kunnen niemand vinden. Dan maar een taxi. We vragen iemand of hij een taxi voor ons kan bellen en na een paar minuten komt er een kleine 4 personenauto aanrijden. De taxichauffeur stapt uit, doet de kofferbak open en legt er een perzisch tapijtje in. De fietsen kunnen in de kofferbak gebaart hij. Het is niet de eerste keer dat wij ervaren dat mensen in het (verre) buitenland geen inzicht hebben in het vervoeren van de fietsen. De fietsen passen nooit achterin. Gelukkig wordt er een andere taxi gevonden; een peugeot pick-up. Ditmaal staan de fietsen op de eerste rij maar moeten wij het verduren. Mariëlle zit vier uur lang op de handrem.

Gastvrijheid. De overtreffende trap.
In de rest van Iran reizen we verder met de bus en de trein. Het verkeer is te chaotisch, de afstanden te groot en de tempratuur te hoog. De eerste stad die we bezoeken is Tabriz. Eeuwenlang is de stad een van de belangrijkste ontmoetingsplekken geweest tussen mensen uit Oosten en Westen. Twee dagen lopen we rondjes door donkere straten van de grootste bazaar ter wereld. Het is een magische plek. De vele verschillende mensen en hun koopwaar; de kleuren; de geuren en de geluiden. In de bazaar worden we rondgeleid door Ali die zelf Perzische tapijten verkoopt. Ali volgt een avondcursus om reisleider te worden. Hij nodigt ons uit om mee te gaan naar zijn klas. Voordat wij het weten zitten we in een klaslokaal te luisteren naar presentaties in Farsi (de lokale taal). De klas moet lachen als wij thee in glazen geserveerd krijgen terwijl de rest thee in kartonnen bekertjes krijgt. Na twee presentaties kijkt de lerares opeens naar ons. Ali maakt duidelijk dat het nu onze beurt is. Of wij wat willen vertellen over onze reis en onze ervaringen in Iran? Maar natuurlijk. We vertellen over de landen waar we doorheen zijn gefietst en over het verschil tussen Groningen en Tabriz. Als Martijn vertelt dat er sinds ongeveer 40 jaar amper auto’s in het centrum van Groningen rijden, kijken de Iraanse klasgenoten raar op. Op een gegeven moment krijgen we de vraag of wij Iran willen bekritiseren? We vragen drie keer of ze werkelijk willen dat we goede en minder goede punten van Iran noemen en we krijgen drie keer ja te horen. Als positieve punten noemen we de ongelooflijk grote gastvrijheid van de mensen. We hebben het vaker in onze blogs gesproken over de gastvrijheid van mensen maar Iraniërs overtreffen alles. Net als de interessante cultuur en de prachtige steden. In negatieve zin spreken we over de onvrijheid in het land. Het is een zeer groot verschil met Nederland. Mariëlle gaat bedekt door het leven in Iran. Als we met de bus gaan dan staat Mariëlle bij de vrouwen en Martijn bij de mannen. Traditionele mannen geven Mariëlle geen hand. Er is geen vrije informatievoorziening; verschillende websites als YouTube en Facebook zijn niet (zonder VPN) toegankelijk. Overal op straat zie je afbeeldingen van imam Khomeiny en Khameiny. De meeste mensen in de klas zijn het met ons eens. Ook in de rest van het land spreken veel mensen zich negatief tegen ons uit over het strenge regime. Sommige steunen zelfs Trump omdat zij geloven dat hij het Iraanse regime op de knieën kan krijgen. 

Couchsurfen in Teheran
Van Tabriz reizen we verder naar Teheran waar we onze fietsen achterlaten. Zonder fietsen en alleen een rugzak gaan we verder naar Isfahan en Yazd. In Isfahan bekijken we het tweede grootste plein ter wereld met daaraan een van de mooiste moskeeën. Yazd is een stad midden in de woestijn. Boven de huizen rijzen eeuwenoude windtorens omhoog. De metershoge torens worden gebruikt om wind te vangen die vervolgens door water wordt afgekoeld en de huizen koel houdt. In de woestijnstad verblijven we via Couchsurfing drie nachten bij een Iraanse familie. De tijd die we samen met de familie besteden, vormt een van onze meest memorabele herinneringen aan Iran. In het huis is het altijd druk en gezellig met familie en buren. De maaltijden eten we samen op het tapijt midden in de kamer. Op dezelfde plek gaan de volwassenen ’s nachts slapen. We moeten erg wennen aan het dag en nacht ritme. Ten opzichte van de hele wereld gaan mensen in Iran het laatst slapen. De familie in Yazd (inclusief kinderen tussen 4 en 15) ging gemiddeld rondom 11:00 uur ’s avonds eten en om 01:00 ’s nachts naar bed. De familie in Teheran – waar we later verbleven – maakte het nog bonter. Zij gingen gemiddeld rond 01:00 eten en tussen 02:00 en 03:00 slapen. Iran is voor ons nu bijna een week geleden maar we zijn op dit moment nog steeds bezig om weer in een ‘normaal’ ritme te komen. Afgezien van deze verandering hebben we genoten van de gastvrijheid. We voelden ons als één van de familie en hebben samen veel gelachen. Na een paar dagen reizen we weer terug naar Teheran waar we ons voor bereiden op een vlucht naar Doesjanbe in Tadjikistan. Ook in Teheran worden we met open handen ontvangen en helpt Sina (een medetoerfietser) ons manoeuvreren door deze miljoenenstad met chaotisch verkeer. We hebben helaas geen tijd meer om verder te fietsen als we op tijd in het Pamirgebergte willen zijn. Bovendien is het maar de vraag of we een visum voor Turkmenistan kunnen krijgen.

Klaar voor het hooggebergte!
Als we deze blog schrijven zitten we in een hostel in Doesjanbe. De afgelopen dagen hebben we besteedt aan de voorbereidingen op het meest spannende deel van onze reis: het Pamir gebergte. Morgen stappen we op richting een van de meest mooie maar ook meest afgelegen wegen ter wereld. We zijn van plan om door te Bartang vallei te fietsen richting Kirgizie. In het gebied liggen bergen met namen als Lenin-, Engels, Marx- en de Revolutiepiek. Sommige van deze bergen zijn meer dan 7000m hoog. De fietsen zijn gerepareerd en nagekeken, de apotheek is leeggekocht en de tassen zitten vol met eten. Wij zijn er klaar voor!

7548 km
Wie gaat er winnen?
Martijn en Mariëlle: 7548 km
Groningers: 0 km
We hebben al 178 kinderfietsen. Help ons de 500 te halen!
Doneer een fiets