Voorbij het dak van de wereld



Duizelingwekkend hoge bergtoppen van meer dan 7.000 meter, adembenemende en ruige natuur en een ‘snelweg’ met slecht wegdek die het dunbevolkte gebied doorkruist. Voor de meeste langeafstand fietsers is het een lang gekoesterde wens om eens door dit indrukwekkende gebied te mogen fietsen. We lezen in reisverslagen dat het fietsen door het gebergte één groot avontuur is.

De Pamir Highway is met zijn 4.655 meter de op-één-na-hoogste internationale snelweg ter wereld

De combinatie van onverharde wegen, de uitgestrektheid en de hoogte maakt het fietsen zwaar, maar memorabel afzien. Als mensen ons aan het begin van de reis vragen waar we het meest naar uitkijken dan noemen we het Pamir gebergte. We doen er dan ook alles aan om op tijd (voor dat de winter valt) in Tadzjikistan te arriveren. We nemen de eerste maanden weinig rustdagen, reizen voor een groot deel per trein door Turkije en boeken een vlucht van Teheran (Iran) naar Dushanbe (Tadzjikistan). Als alles verloopt volgens plan zullen we op 26 augustus aankomen in Dushanbe. Hopelijk op tijd om ijskoude nachten en sneeuw op de hoogvlaktes voor te zijn.

Armenië - Tragisch en indrukwekkend nieuws
Als we in Yerevan, Armenië zijn krijgen we verschrikkelijk nieuws te horen. Zeven fietstoeristen zijn betrokken bij een terroristische aanslag honderd kilometer voor de Tadzjiekse hoofdstad. De fietsers hadden enkele dagen daarvoor het machtige Pamir gebergte achter zich gelaten. Vier van hen overleven de aanslag niet. We schrikken. Het bericht maakt veel indruk. In de WhatsApp groep met fietsers die allen het Euraziatische continent overfietsen wordt enkele dagen over niets anders gesproken.

De omgekomen fietsers hadden met ons overeenstemmende dromen en idealen: het aanschouwen en ervaren van nieuwe culturen, overweldigende en imposante natuur

De fiets als het ultieme vervoersmiddel. De mogelijkheid om de wereld te ontdekken op eigen kracht. Voelen, ruiken, zien en afzien vanaf je rijwiel, behangen met je enige bezittingen. Het stemt ons treurig dat deze dromen van hen zijn afgenomen. Enige tijd later komen we erachter dat we met twee van de vier omgekomen fietsers contact hebben gehad. Jay en Lauren hebben ons via Instagram meerdere malen van advies voorzien. Ze hebben onze vragen over eten, routes en camera’s beantwoord. Als we door het Pamir gebergte fietsen zullen we af en toe aan ze denken. 

Het nieuwsbericht zorgt voor vragen over de veiligheid in Tadzjikistan. Hoe groot is de dreiging voor nieuwe aanslagen? Tadzjikistan is het armste land van de ex-Sovjet-Unie. Verhalen over corruptie en drugshandel vanuit Afghanistan zijn ons bekend. Moeten we wel afreizen naar dit land? We bespreken de situatie met onze ouders en vrienden. In de WhatsApp groep met fietsers is de boodschap duidelijk: oplettendheid is geboden, maar niemand laat zich door de gebeurtenis weerhouden de Pamirs te doorkruisen. Ook wij besluiten af te reizen naar Tadzjikistan. Op 26 augustus komen we aan in de hoofdstad. 

Tadzjikistan - Land van tegenstellingen en het grote avontuur

In het ‘Green House Hostel’ in Dushanbe is het een samenkomen van avonturiers. Bergbeklimmers, backpackers, motorrijders én fietsers. Niet eerder ontmoeten we zoveel fietsers op een plek. We luisteren aandachtig naar verhalen van fietsers die net zijn teruggekeerd uit het Pamir gebergte. We doen inkopen, repareren met hulp van de locals de kapotte shifter van Martijns fiets en pakken onze tassen in. Klaar voor het avontuur! Maar helaas. ‘s Nachts wordt Martijn ziek. Maag en darmklachten lijken onvermijdelijk in Tadzjikistan. Parasieten in het water, mineralen in de grond of misschien hangt het gewoon in de lucht. Geen reiziger lijkt eraan te ontkomen. We nemen een paar extra rustdagen en bezoeken het nationaal museum en de parken rond het presidentieel paleis. Later zullen we zien hoe groot de tegenstelling is tussen dit moderne gedeelte van Dushanbe en de rest van het land. De grote imposante overheidsgebouwen en parken eromheen stralen macht en rijkdom uit. In de buitenwijken en in de overige delen van het land bepalen eenvoudige (vervallen) huizen en belabberde wegen het beeld van alledag.

Na een uur fietsen merkt Martijn op dat we worden achtervolgd door een auto. We stoppen bij een tankstation om af te wachten wat er gebeurt

Het is een heerlijk gevoel als we eindelijk weer in het zadel van onze aluminium rossen klimmen. We nemen vanaf Dushanbe de ‘noordelijke route’ richting het hooggebergte. Na een uur fietsen merkt Martijn op dat we worden achtervolgd door een auto. We stoppen bij een tankstation om af te wachten wat er gebeurt. De auto blijft geruime tijd wachten, maar rijdt uiteindelijk door. Lichtelijk op onze hoede gezien de recentelijke gebeurtenissen in het land fietsen we verder naar het dorpje Vahdat. Hier zien we de auto geparkeerd staan in de buurt van twee politieagenten. Met Google Translate leggen we de agenten uit dat we door de auto zijn achtervolgd. Ze lachen en vragen de chauffeur uit te stappen. De chauffeur laat ons zijn politiepenning zien. We vragen wat de reden is van de achtervolging. Heeft het soms te maken met de terroristische aanslag? We krijgen geen eenduidig antwoord. Ook als we doorfietsen blijft de politie ons volgen. We weten niet goed wat we ervan moeten denken... De dagen erna zien we de wagen niet meer.

Aan het euforische gevoel weer op de fiets te zitten komt na 3 dagen peddelen alweer een eind. De Tadzjiekse parasieten/bacteriën hebben ditmaal Mariëlle in hun greep. We proberen nog een klein stukje te fietsen, maar na 3 km blijkt dit niet te gaan. Bij een steenfabriek vragen we of ze een taxi voor ons kunnen regelen naar de dichtstbijzijnde grote stad. Na een half uur wachten komt er een VW stationcar aangereden. De fietsen en bagage passen nog maar net in de achterbak, wij delen een stoel voorin de auto. Als we wegrijden vragen we voor de zekerheid of de chauffeur ons naar Qalaikhum brengt. ‘Qalaikhum’ zegt de chauffeur verbaasd? Nee, hij heeft de opdracht gekregen Mariëlle naar het ziekenhuis te brengen! Dit lijkt ons niet helemaal nodig en we vragen of hij ons misschien bij een hotel af kan zetten. Volgens de chauffeur is er geen hotel in de buurt, maar hij heeft wel een andere oplossing. We kunnen in het huis van zijn familie blijven totdat Mariëlle is hersteld.


Herstellen bij Burkhon

We zijn een week bij de familie van Burkhon. Het is fantastisch hoe ze ons opvangen. Ze geven ons rust en ruimte en tegelijkertijd helpen ze waar nodig. De familie woont op een mooie rustige plek in een dorp. Het huis en het leven is eenvoudig. Het eten komt van eigen land. Er zijn fruitbomen en een moestuin. Achterin de tuin bevindt zich een gebouwtje waar wij mogen verblijven. Op de vloer ligt een tapijt en een paar kussens. Meubels zijn er niet. Zoals voor de meeste Centraal-Aziatische landen geldt wordt in een dergelijke ruimte gegeten, geslapen, gebeden en geleefd. Brood wordt dagelijks versgebakken in een hout gestookte oven. De was wordt met de hand gedaan. Door de moestuin stampen twee spierwitte konijnen en er lopen koeien en kippen vrij rond het huis. Als we ons willen wassen wordt er een pan met water opgewarmd. Met een schepje kunnen we het water over ons heen gieten. Burkhon verontschuldigt zich voor de eenvoud van zijn huis. Wij zien het anders: ze hebben een prachtig uitzicht op de vallei, stromend water en vers eten. Bovenal hebben ze een hechte familieband. Als je het ons vraagt een enorme rijkdom. Om ze te bedanken kopen we voor de kinderen waterpistooltjes en een voetbal. Ook ditmaal een grote hit!

Hoogtemeters, oververhitte remmen en een warme douche

We zeggen de familie gedag en maken ons op voor de eerste hoge berg op onze weg. Via de Sagirdasht pas fietsen we naar Qalaikhum. Met een hoogte van 3253 meter is het de hoogste pas die we over fietsen tot dan toe. Ondanks het slechte wegdek is de klim goed te doen. Onderweg krijgen we een paar keer thee en koekjes aangeboden. Ook krijgen we tassen vol appels, uien, tomaten en komkommers van de lokale bevolking. Het is hartverwarmend hoe gastvrij de Tadzjiekse bevolking is. Als we 400m voor de top zijn zetten we onze tent op. Een eerste koude avond en nacht volgt. Het is bibberen geblazen als we in het donker ons eten koken. ’s Nachts regent het. Enkele meters hoger kleurt sneeuw de bergtoppen wit. Gelukkig is de zon er ’s ochtends om ons op te warmen. We fietsen naar de top, eten een broodje en dalen daarna 2000 meter af. Gaten, losse stenen en zand zorgen ervoor dat we verkrampt op de fiets zitten. Onze remmen raken bijna oververhit; het ruikt naar verbrand plastic. Onderweg maken we tientallen foto’s van de prachtige diverse natuur. Om 16.00 uur ’s middags komen we aan in Qalaikhum. We genieten van een heerlijk warme douche.

Langs de natuurlijke grens met Afhanistan richting Bartang vallei

Van Qalaikhum gaan we naar Rushon. Naast ons stroomt de Panj rivier. De rivier vormt de natuurlijke grens met buurland Afghanistan. Het is bijzonder dichtbij een land te zijn waarover de laatste jaren zoveel te doen is geweest. Een land die het slachtoffer is geworden van een strijd tussen grootmachten. We bekijken het leven van de Afghanen op afstand. We zien mensen werken op het land en spelende kinderen. Er wordt een weg aangelegd langs de rivier. Het leven ziet er niet anders uit dan het leven aan de Tadzjiekse kant.

In Rushon doen we de laatste inkopen voor onze tocht door de Bartang vallei. Ons dieet zal de komende 10 dagen voornamelijk bestaan uit rijst, noodles, groente en vlees uit blik en niet te vergeten; snickers. We gaan opzoek naar goede handschoenen voor Mariëlle. Als deze onvindbaar blijken te zijn kopen we dikke sokken. We knippen er een gat in voor de duimen en voilà: een paar wanten. We bellen onze ouders en laten weten dat we de komende dagen waarschijnlijk geen telefoonbereik hebben. We hebben ervoor gekozen niet de Pamir Highway (M41) te blijven volgen, maar af te slaan naar de Bartang vallei. De meeste fietsers doorkruizen de Pamirs via de M41. Sommigen kiezen voor de langere route door de Wakhan vallei. Een kortere weg, maar wellicht de meest avontuurlijke route gaat door de Bartang vallei. Grandioze natuur, slechte wegen, (kans op) aardverschuivingen, fantastische gastvrijheid en dagen van eenzaamheid op het hoog gelegen plateau. Eerst twijfelen we of we wel moeten kiezen voor deze afgelegen en deels verlaten vallei. Wat als er onderweg iets kapot gaat? Wat als we ziek worden van eten of de hoogte? Wat als het te koud is boven de 4000 meter? Of nog erger dat het gaat sneeuwen? We twijfelen, spreken een paar locals en besluiten uiteindelijk het avontuur aan te gaan. De beste beslissing die we gemaakt hebben tot nu toe.

Stress in de rimboe

Onze tocht door het dal begint een paar kilometer buiten Rushon. De eerste 15km fietsen we over glad asfalt. Daarna houdt het asfalt op en zal het 300 kilometer duren voordat we opnieuw over verharde wegen fietsen. In het begin is de vallei smal en groen. We fietsen langs de Bartang rivier en kijken op tegen hoge rotsen. Aan het eind van de eerste dag vinden we een mooie kampeerplaats. Het is er groen, er zijn bomen en er stroomt water. Mariëlle zet de tent op. Martijn begint met koken. Als Martijn de brander aanzet komen er af en toe grote gele vlammen uit. Als het onregelmatig branden aanhoudt realiseert Martijn zich tot zijn grote schrik dat hij de brandstoffles met zonnebloemolie heeft aangevuld in plaats van benzine! Als we de brander uitzetten zit deze onder de plakkerige smurrie en wil hij niet meer aan... Een half uur later ontdekken we een tweede probleem. We zijn de afsluitring van onze waterfilter kwijt en zonder deze ring is de filter onbruikbaar. Omdat het water in Tadzjikistan parasieten en/of giftige mineralen kan bevatten is het van belang dat we een (goedwerkende) waterfilter hebben. Het is niet mogelijk gebotteld water te kopen in de Bartang.

Mariëlle besluit in het donker naar het dichtstbijzijnde dorp te fietsen om te vragen of iemand een oplossing weet voor de verloren ring

Als geluk bij een ongeluk ontmoet ze de lokale elektricien die de filter weet te repareren. Één probleem is opgelost. De brander levert de dagen erna nog wel problemen én stress op. Maar gelukkig weten we ook die met hulp van de locals te repareren. Net op tijd voor we het afgelegen plateau bereiken. 

Garda, gastvrijheid, handen en voeten

De eerste 150 kilometer in de vallei kenmerken zich door enorme gastvrijheid. Als we een dorp binnenfietsen worden we vrolijk zwaaiend begroet. Vooral de kinderen vinden het fantastisch als er een paar gekke fietstoeristen langs komen fietsen. Vaak horen we: ‘hello, what is your name?’ en ‘please come to our house and drink tea!’. Eenmaal een typisch Pamir huis binnengetreden krijgen we niet enkel thee, maar meestal een hele maaltijd aangeboden. Gebakken aardappelen, rijk gevulde soep of plov zijn gerechten die ons onder andere worden voorgeschoteld. Omdat brood niet wordt verkocht in de zeer eenvoudige en vaak lastig te vinden winkeltjes vragen we de dorpelingen of we brood van ze kunnen kopen. Ook in het dorpje Adjirkh stellen we de vraag. Via een smalle hangbrug en een zeer steile klim bereiken we het dorp. Op het land zijn vier vrouwen aan het werk. 

We vragen de vrouwen om ‘garda’, het Tadzjiekse woord voor brood. Een vrouw knikt en gebaart dat we met haar mee mogen lopen. We zigzaggen door het dorp en komen aan bij een lemen huis met een plat dak waar stro ligt te drogen. Binnen mogen we plaatsnemen in een klein en donker vertrek. De vrouw heeft niet enkel brood voor ons, maar biedt ons tevens thee aan. Ze stookt een houtvuur om theewater te koken. Samen drinken we thee, eten brood en gedroogde abrikozen. Aan de hand van foto’s en met handen en voeten proberen we haar uit te leggen waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan. De andere vrouwen komen nieuwsgierig om het hoekje kijken.

Een varieteit aan slechte wegen, uitschieters van 18% en ijle lucht
De wegen tussen de dorpen zijn meestal uitgestorven. De keren dat we op een dag een auto tegenkomen zijn vaak op één hand te tellen. Op het hoog gelegen plateau zien we er zelfs geen. Ook niet zo gek, want de conditie van de weg is doorgaans slecht. Erg slecht. Er is een enorme variëteit aan (slechte) wegen die we onderweg tegenkomen. Een korte opsomming: wegen met grote stenen, wegen met kleine stenen, wegen met grote en kleine stenen, wegen van hard zand, wegen met los zand, modderwegen, wegen van grind, overstroomde wegen, ‘wasboard’ wegen, hele steile wegen en tenslotte wegen die compleet zijn verdwenen door een aardverschuivingen of zijn opgeslokt door de rivier. De wegen vergen opperste concentratie. Voor je het weet lig je met je 50 kilogram wegende fiets om. De slechte wegconditie zorgt ervoor dat we weinig kilometers op een dag kunnen afleggen. Daarnaast remt een gebrek aan zuurstof door de hoogte ons af. Op sommige steile stukken is alleen het duwen van de fiets mogelijk. Als we het laatste dorp achter ons hebben gelaten moeten we nog 1.000 meter stijgen naar het hoger geleden plateau (4.000m). 


Op sommige steile stukken is alleen het duwen van de fiets mogelijk

Eerst gaat de weg geleidelijk omhoog, maar daarna volgt een steile klim met stukken van meer dan 18%. We twijfelen of we nog aan dit steile stuk moeten beginnen. Het is al laat op de middag en we weten dat we niet kunnen kamperen op de pas. Als we geen water in de nabije omgeving kunnen vinden, hebben we weinig keus. Fietsen lukt niet want de weg is te stijl, er liggen overal losse stenen en we hebben te weinig lucht. Drie uur lang duwen we de zware fietsen naar boven. Dit betekent 20 meter duwen en daarna, voorovergebogen op het stuur, happen naar adem. Geregeld glijden we weg over het gruis op de weg. Het is enorm afzien. Armen en benen verkrampen. Gelukkig weten we voor het donker het plateau te bereiken. Het is flink koud als de zon achter de bergen is verdwenen. Snel trekken we warme kleren aan. In de schemering zetten we onze tent op, koken we eten en water. Het warme water gebruiken we om flesjes te vullen die we vervolgens in onze slaapzak stoppen. Zo blijven we warm tijdens een nacht waarin het kwik onder nul duikt. 

Het plateau op 4.000 meter is kaal en verlaten. In de vallei wonen mensen, op de hoogvlakte komen enkel in de zomer een paar herders met hun kuddes yaks, schapen en geiten. In drie dagen tijd steken we het plateau over. Overdag schijnt de zon en is het comfortabel. ’s Nachts is het kouder dan 10 graden onder nul. We stoppen daarom vroeg met fietsen. Om 17.00 uur zetten we de tent op en koken we snel eten. Een uur later is het eigenlijk al te koud buiten de tent maar zijn er nog een paar klusjes die gedaan moeten worden zoals afwassen en water filteren. Tweemaal maken we een kampvuur voor de warmte: 1x van droge takken en 1x van droge koeien- en schapenstront. Als we geen vuur kunnen maken liggen we om 19.00 uur dik aangekleed in onze slaapzak. ’s Ochtends wachten we tot de zon onze tent heeft opgewarmd voordat we eruit gaan. Onze bidons met water zijn vaak nog bevroren. Door de kou en hoogte is het af en toe afzien, maar meermaals stellen we onszelf de vraag: “zouden we ooit nog eens zo’n mooie route fietsen?”. 

“De Bartang heeft ons het avontuur gegeven waar we van hebben gedroomd”

Als we het blauwe Karakul meer aan de horizon zien verschijnen slaan we rechtsaf. We laten de Bartang Vallei en het plateau achter ons. Voor ons ligt een prachtig glad wegdek. Binnen een uur bereiken we het hoogste gelegen dorp van Tadzjikistan: Karakul. We nemen een rustdag, wassen onze kleren en gaan in ‘bad’. In een tobbe kunnen we ons wassen. Het is bijzonder om te zien hoe de mensen hier leven. Op 4.000 meter groeien geen bomen en planten en is het niet mogelijk groente te verbouwen. Drinkwater wordt via een waterpomp naar boven gepompt. De huizen zijn eenvoudig. ’s Winters daalt de temperatuur naar -40 graden. Als we de bewoners vragen waarom ze hier (überhaupt) willen wonen noemen ze de schone lucht, de bergen en het prachtige blauwe meer. Daar kunnen we ze gelijk in geven.

Kirgizië - Hoogste punt van de reis
 op 4.283 meter
Van Karakul, Tadzjikistan gaan we naar Osh, Kirgizië. We moeten nog één pas over en daarna dalen we 3.400 hoogtemeters. Wat we ons niet eerder hebben gerealiseerd: we fietsen dicht langs de grens met China. Thuis hebben we gezegd dat we van Groningen naar China fietsen. Een gek idee dat we al zo dichtbij zijn! Op 4.283 meter bereiken we het hoogste punt van onze reis. In drie dagen erna rollen we naar Osh. Hier nemen we een week rust, schrijven deze blog en denken na over het vervolg van onze reis. We hebben eerder besloten nog geen visum voor China aan te vragen en dus kunnen we het land niet in. Reden daarvoor is dat we niet in de winter door noordwest-China willen fietsen. Het gebied wordt streng gecontroleerd door de Chinese overheid waardoor je heel veel checkpoints moet passeren en zelfs de kans loopt om van de weg te worden gevist door de politie. Daarnaast lijkt de natuur ons minder interessant en is het er (te) koud in de winter. Genoeg redenen dus om een ander plan te verzinnen. Dat plan is ondertussen bedacht. Onze volgende blog start vanuit Kuala Lumpur, Maleisië! We zullen vanuit hier onze weg naar Tianjin vervolgen via Myanmar, Thailand, Laos, Cambodja, Vietnam en China.



Sehingga sekarang! (Maleis voor: tot dan)

7548 km
Wie gaat er winnen?
Martijn en Mariëlle: 7548 km
Groningers: 0 km
We hebben al 178 kinderfietsen. Help ons de 500 te halen!
Doneer een fiets