Westwaarts

Het is begin juli en we zitten in een schuddende trein. Als we naar buiten kijken zien we berkenbossen, groene vlaktes en dorpjes van houten huizen. Zo nu en dan komt er een vrouw in een stofjas de coupé stofzuigen. Voorin de wagon staat een op kooltjes gestookte waterkoker. 

Het is een raar gevoel; voor het eerst op deze reis gaan we weer richting het westen. We hebben er een jaar over gedaan om in het oosten van China te arriveren. 14.000 kilometer over hoge bergen en diepe dalen. Alle ontberingen waren dragelijk met dat einddoel voor ogen. We kijken weemoedig naar de gps-locatie op onze telefoon die snel naar links verschuift. Terug naar Europa; terug naar het bekende. We moeten wennen aan het idee dat ons volgende doel naar huis betekent. 

De Trans Siberië expres rijdt over ’s werelds langste spoorlijn. Wij hebben tickets gekocht voor de trajecten Ulaanbaatar – Irkoetsk, Irkoetsk – Moskou en Moskou – Helsinki. In Ulaanbaatar zijn we dagen bezig om deze tickets te boeken en om uit te zoeken of we onze fietsen mee kunnen nemen; we bellen met Rusland, we bellen met Finland en we gaan langs bij het Mongoolse treinbedrijf. Overal wordt ons verteld dat het geen probleem is mits we de fietsen netjes inpakken en een de extra vergoeding betalen. Op de zwarte markt in Ulaanbaatar kopen we voor een paar cent een rol tape en grote voederzakken die we gebruiken om onze fietsen in te pakken. 

“No, no, no!” 

Als we op het station staan met twee keurig ingepakte fietsen en 12 tassen zijn we toch een beetje zenuwachtig. We hebben er alles aan gedaan maar wat als er nou iets mis gaat? Ons Mongools visum verloopt bijna en in Rusland moét alles goed gaan want we hebben een transitvisum gekregen voor maar 8 dagen (de tijd die we nodig hebben om door het land te reizen). Bovendien heeft de juffrouw bij de Russische ambassade ons er minstens twee keer voor gewaarschuwd dat we echt niet langer in Rusland moeten blijven anders hebben we een groot probleem. Als de trein het station komt binnenrijden en we aan een conducteur vragen waar we de fietsen moeten stallen, wijst hij naar de andere kant van de trein. Normaal is dat geen probleem want dan lopen of rijden we met onze bepakte fietsen naar de andere kant van het perron; maar nu hebben we onze fiets ingepakt en dat betekent dat we meerdere keren het perron over moeten rennen met twee fietsen en 12 tassen. Terwijl de tijd begint de dringen, brengt Mariëlle de tassen naar de coupe en haalt Martijn de fietsen. Ondertussen hebben zich een aantal Mongoolse treinmedewerkers bij de wagon verzamelt en als we de ingepakte fietsen de trein in willen tillen wordt ons de weg versperd. ‘No, no, no’, zegt de conducteur en hij beweegt zijn vinger van links naar rechts. Wij halen diep adem en proberen rustig uit te leggen dat mensen van het treinbedrijf ons hebben verteld dat we de fietsen mee kunnen nemen en dat we er ook al extra voor hebben betaald. De conducteur herhaalt ‘no, no, no’ en houdt voet bij stuk. Ondertussen tikt de tijd door en wij vertellen de medewerkers dat we deze trein niet kunnen missen i.v.m. onze Mongoolse en Russische visa en bovendien zit al onze bagage al in de trein. Na een tijd lang moeilijk kijken en een diepe zucht stemt de conducteur uiteindelijk toe en wij tillen de fietsen aan boord. We krijgen te horen dat de fietsen helemaal voor in de trein moeten te staan (op de plek waar wij eerder met onze bagage al stonden) en dus slepen we fiets voor fiets door de ene coupe naar de andere coupe. De Mongolen kijken ons raar aan. Uiteindelijk ploffen we moe van de stress neer op de bank van onze coupe. We zijn opgelucht dat het deze eerste keer is gelukt maar we bedenken ook dat dit niet veel goeds betekent voor de komende twee trajecten die we nog moeten afliggen. 

En die vrees blijkt niet onterecht. Zowel in Irkoetsk als in Moskou worden we geweigerd als we met onze – ingepakte – fietsen de trein in willen. Wederom proberen we uit te leggen dat we van tevoren hebben geïnformeerd en extra hebben betaald maar het treinpersoneel toont geen begrip of negeert ons zelfs. Als we uiteindelijk vertellen dat we problemen met de politie krijgen als we de trein missen, gaan ze overstag. In de (nacht)trein van Moskou naar Helsinki is nergens in de trein ruimte voor onze fietsen zodat we al onze bagage incl. de fietsen mee in de coupe moeten nemen. Als er nog twee passagiers bij komen, worden wij gedwongen om de fietsen op de bedden te leggen waardoor er voor ons geen plaats meer is om te slapen. Uiteindelijk komen we toch een aardige trein-stewardess tegen die ons de fietsen laat parkeren in haar vertrek. We gaan slapen met de wetenschap dat dit de laatste keer was en dat we vanaf nu af aan gewoon weer kunnen fietsen. 

“Mongolski wodka, heuj!” 

Ondanks alle stress kunnen we ook genieten van de treinreis. In Mongolië kijken we uit over de steppe. We zien weidsheid, hier en daar een Ger en grote kuddes dieren. Onze Mongoolse buren nodigen ons uit om samen met hun een fles wodka te drinken. De vrouwen zijn al straalbezopen als wij de coupe binnen stappen en kunnen niet veel meer uitbrengen dan: ‘Mongolski wodka, heuj!’. De dames zijn op weg naar Krasnojarsk voor een congres van Herbal Life – een producent van kruidige voedingsmiddelen om af te vallen en gezond ouder te worden. 

’s Nachts staat de trein een paar uur stil op de grens tussen Mongolië en Rusland. De Russische douane doorzoekt de trein van binnen en buiten en controleert de paspoorten. Om 02:30 wordt de deur van onze coupe hardhandig opengetrokken en springt het licht aan. Versuft van de slaap staren we naar het norse gezicht van een Russische douanier met een grote pet. ‘Passport’ schreeuwt hij en hij dwingt ons uit bed te komen en recht voor hem te gaan staan. Als hij onze slaperige en verschrikte gezichten met de foto’s op de paspoorten heeft vergeleken en gelijkenis constateert, wenst hij ons ‘spokoye nochi’ en keert de rust weder. 

Als we de volgende ochtend wakker worden en uit het raam kijken, zien we het grootste meer ter wereld in het grootste land ter wereld. Een paar feitjes: het Russische Baikal meer heeft een vorm van een banaan en is van noord tot zuid 636km lang en 60km breed; het is met 1637m het diepste meer ter wereld en het is voor een groot deel nog onbekend wat voor diersoorten er op die diepte leven; het meer bevat 25% van ’s wereld zoetwatervoorraad en 80% van de flora en fauna die in het meer leven komt nergens ander ter wereld voor. De grote waterplas is ontstaan door verschuivende aardplaten en dat proces is nog steeds gaande. Eens, ver, ver in de toekomst zal het Baikal meer het Aziatisch continent halveren en ’s werelds 5e oceaan worden. Maar of wij dat als mensen nog zullen meemaken is nog maar de vraag.

Als we in Irkoetsk uit de trein stappen bevinden we ons geografisch gezien nog in het hart van Azië maar zo voelt het niet. Op straat zien de mensen eruit als wij; blanke huid, lange neus, diepe ogen en (donker)blond haar. Het is een rare gewaarwording; maandenlang zijn wij de buitenstaanders geweest en keken de mensen op straat ons na, maar nu zijn de rollen weer omgekeerd. In een restaurant eten we patat en een Griekse salade. We bezoeken orthodoxe kerken vol met iconen en Lenin wijst ons de weg vanaf zijn sokkel. 

Tussen Irkoetsk en Moskou zitten we ruim 3 dagen en 3 nachten in de trein, welgeteld 81 uur. We leggen ruim 5000 kilometer af; gaan van Europa naar Azië als we de Oeral doorkruisen en veranderen 5 keer van tijdzone waardoor we de hele reis in de weer zijn met ons horloge. We zitten in een coupe met 4 slaapplaatsen. Tijdens de rit krijgen we gezelschap van verschillende Russen die een stukje met ons meereizen. Twee vrouwen vertellen ons dat ze van de winter houden en dat ze dan jassen van sneeuwvosbont dragen. De zomer vinden ze maar niks; het wordt toch niet warm genoeg om te gaan zonnen of zwemmen. 

Sergej stapt in bij Omsk en reist met ons mee tot Kazan. Als we een praatje beginnen en wij de 10 Russische woorden noemen die wij kennen, denkt Sergej dat wij de taal goed kunnen verstaan en begint hij ons hele verhalen te vertellen. Op een gegeven moment grijpt hij naar zijn tas en haalt hij er een boek uit tevoorschijn. Hij pakt een pen en krabbelt een paar woorden op de lege eerste pagina. Dan geeft hij het boek aan ons: ‘pozhaluysta!’. Het boek is in het Russisch en we weten niet waarover het gaat, maar later horen we dat het de Russische klassieker ‘Het Gouden Kalf’ betreft. We zijn vereerd door dit lieve gebaar – temeer omdat het erop lijkt dat Sergej niet veel om het lijf heeft – en schrijven een kaartje voor hem dat we, als hij ligt te slapen, stiekem in de binnenzak van zijn versleten colbert doen. 

“Als Ilya vervolgens het Russische boek ziet liggen, grapt hij dat we spionnen zijn”.

De volgende Rus die binnenkomt spreekt goed Engels. Ilya vertelt dat hij is verhuisd naar Siberië en dat hij erg moest wennen aan de lange en koude winters; de eerste winter was hij voortdurend ziek. Over de toekomst van Rusland is hij negatief. Al het geld en aandacht in het land gaat volgens hem uit naar twee steden: Moskou en St. Petersburg. De rest van de steden en de dorpen in het immense land worden volgens hem aan zijn lot overgelaten. Hij is niet te spreken over Poetin die nu al bijna 20 jaar aan de macht is en zich volgens hem als koning gedraagt. ‘Ik hou van het systeem als de Verenigde Staten waarbij er een president is maar waarbij de afzonderlijke staten ook veel macht hebben.’ Als Ilya vervolgens het Russische boek ziet liggen grapt hij dat wij spionnen zijn. 

De laatste Rus die met ons meereist naar Moskou heet Boris en heeft brede schouders en een beer op zijn T-shirt. Boris biedt ons thee en koekjes aan. De verpakking koekjes opent hij met een mes dat hij aan een ketting om zijn nek heeft hangen en onder zijn berenshirt bewaard. Als we over een brede rivier rijden vertelt onze brede buurman dat, dat de Wolga is; de grootste rivier van Rusland die langs Volgograd stroomt – het vroegere Stalingrad – en uiteindelijk uitmondt in de Kaspische zee. 

Naast de gesprekken in de trein is er tijd te over om naar buiten te staren en een boek te lezen. Martijn leest het boek Between Shades of Grey (of Schaduwliefde) van Ruta Sepetys. Het is een verhaal over een familie uit Litouwen die over precies dezelfde spoorlijn reizen. Het grote verschil is dat zij in 1941 gedwongen werden en de andere kant op reden; richting een goelag. Wanneer we later door de Baltische staten rijden, merken we dat dit duistere verleden en de angst voor Rusland nog steeds actueel zijn. 

Onderweg staat de trein op verschillende stations even stil. Het is een mooi moment voor ons om even de benen te strekken, een luchtje te scheppen en om wat eten te kopen. Op de perrons bieden vrouwen met hoofddoeken en mannen in leren jassen hun koopwaar aan; pannenkoeken, broodjes hamburger, tomaten en komkommers uit eigen tuin of sjaals van verschillende soorten bont. Op het station in Omsk raken we aan de praat met een groep jongens in een zwart uniform. Ze vertellen ons dat ze bij de marine werken en dat ze op weg gaan naar Moermansk in het uiterste noorden van Rusland. Als ze instappen en de trein aan de andere kant van het perron begint te rijden, zwaaien hun vriendinnen, moeders en oma’s hun huilend uit. 

“Met een beetje fantasie zien we de tanks nog rijden over het plein onder het goedkeurende oog van Kameraad Stalin”. 

Na drie dagen komen we ’s ochtends in alle vroegte aan in Moskou. Op het station staan de hamers en sikkels gebeiteld in de muren. We zetten de fietsen in elkaar en rijden richting het Rode Plein. Het is nog vroeg dus we zijn bijna alleen op deze bijzondere plek. Met een beetje fantasie zien we de tanks nog rijden over het plein onder het goedkeurende oog van kameraad Stalin. In het Kremlin op een steenworp afstand geeft Poetin zijn orders en worden de schatten uit de Tsarentijd bewaard. Lenin heeft op het plein zijn laatste rustplaats gevonden en overal om ons heen prijken de orthodoxe kerken met hun gouden uien. 

Het is de ironie van de geschiedenis. Niet heel lang geleden was Moskou de hoofdstad van het proletariaat; nu is het de stad met de meeste miljonairs ter wereld. In ons hoofd hadden we een grauw beeld van de stad gevormd. We zijn op deze reis door een aantal voormalige Sovjetrepublieken gekomen en we dachten dat ook Moskou vol zou staan met grijze Sovjet-flats en fantasieloze communistische architectuur. Maar niets is minder waar! Overal pronkt het goud van de kerken en hun iconen; de straten, bloemperken en parken zien er piekfijn uit en alle plebejers zijn verdreven naar de buitenwijken. De binnenstad is het domein van de nomenklatoera, de miljonairs en de toeristen. 

Na twee dagen Moskou stappen we weer op de trein voor de laatste etappe. Als we de grens met Finland bereiken en de Russische douanier de paspoorten komt checken, gelooft hij niet dat Martijn dezelfde jongen is als die op de foto in het paspoort staat afgebeeld. De man kijkt en kijkt en zegt dat Martijn in het licht moet komen staan. Dan roept hij via zijn walkietalkie zijn collega bij zich en even later staan er twee Russen zich te vergapen aan Martijns foto en  gezicht. De douanier neemt nog een foto van Martijns hoofd en houdt de telefoon met de foto naast het paspoort en dan eindelijk is hij ervan overtuigd dat het een en dezelfde jongen is. Wij kijken zelf nog eens goed naar de foto en constateren dat Martijn misschien wat is afgevallen en wat bruiner is geworden maar ook dat het ons een goed idee lijkt dat de douanier een afspraak maakt bij de opticien. Zijn Finse collega is ieder geval zo klaar en heet ons met een glimlach op zijn gezicht welkom in Finland én Europa. 

Bonusfoto's 

20000 km
Wie gaat er winnen?
Martijn en Mariëlle: 20000 km
Groningers: 0 km
We hebben al 500 kinderfietsen. Help ons er nog meer te halen!
Doneer een fiets